Kinderlezingen

Hoe kun je zeldzame schatten bewaren?

Een fraaie schemerlamp, een leren fauteuil, een antieke wereldbol en een paar schildersezels met daarop afbeeldingen van oude jurken en stoffen. De zaal van de maandelijkse kinderlezing bij NEMO Science Museum in Amsterdam lijkt wel een ouderwetse huiskamer. Maar er staan ook twee tafels vol met potjes, prikkers, stofjes, een appel en… roze koeken! Wat hebben al deze attributen te maken met het bewaren van zeldzame schatten?

DD497999.jpg

Conserveringswetenschapper Maarten van Bommel van de Universiteit van Amsterdam verklapt nog helemaal niets, aan het begin van de lezing. De kinderen zitten op het puntje van de tribune als Van Bommel vertelt dat er een schat is gevonden onder water. ‘Het is geen schat met munten en diamanten, maar wel met mooie spullen.’

De schat is gevonden bij het Nederlandse waddeneiland Texel. We zien een ouderwetse kaart van het eiland, dat er vroeger heel anders uitzag dan nu. ‘Hier is de schat gevonden,’ wijst Van Bommel, ‘het was verborgen in een scheepswrak, onder het zand.’

In een filmpje vertelt iemand hoe heel systematisch alle stukjes van het wrak naar boven werden gehaald. De zee bij Texel is erg troebel, daardoor kun je niet zo goed en ver kunt kijken onder water. ‘Hier zie je iets liggen,’ zegt Van Bommel bij een foto. ‘Het is een ton met rum,’ constateert een jongen. En dat zou best eens waar kunnen zijn, beaamt Van Bommel. ‘Het is een ton, maar wat erin zit, weet ik niet. En wat ligt hier, iets verder weg?’ ‘Een kanon,’ roept iemand. En dat heeft hij goed gezien.

Bijzondere boomstammen

Stukje bij beetje, zo is ook ‘ons’ wrak gevonden: BZN17, Burgzand Noord 17. ‘Dit was het zeventiende wrak dat daar in kaart is gebracht,’ verduidelijkt de conserveringswetenschapper het getal bij de vindplaats. Ongeveer vierhonderd jaar geleden, tussen 1640 en 1660, is het Nederlandse schip met een rijke lading vergaan voor de kust bij Texel. ‘We weten niet waardoor het gezonken is en of het naar Nederland ging of juist ergens anders naar onderweg was.’ In het wrak zijn veel bijzondere dingen gevonden, waaronder een heleboel boomstammetjes. Van Bommel: ‘Daardoor is dit schip ook wel bekend als het Palmhoutwrak. Dit hout werd in Nederland bewerkt tot bijvoorbeeld schaakstukken.’

Het Palmhoutwrak is lang niet het enige schip dat voor de Texelse kust is vergaan. Wetenschappers denken dat het om zeker duizend schepen gaat in de afgelopen vierhonderd jaar. Ze liggen er alleen niet allemaal. Als een schip het begeeft, wordt het namelijk vaak in stukken uiteengeslagen. En dan spoelt het in delen aan op bijvoorbeeld het Nederlandse strand. En dan wordt het meegenomen en gerecycled. Het precieze aantal wordt nog onderzocht.

Kijk eens hoe rijk ik ben’

Naast de boomstammen is ook een bolvormige handwarmer gevonden. Op een foto is te zien dat het zwart en kapot is, maar onder die viezigheid gaat blinkend zilver schuil. ‘Zilver is hartstikke duur,’ vertelt Van Bommel. ‘De handwarmer is bedoeld om je handen aan te warmen, maar dat kon vroeger ook met een van ijzer. Dit is vooral bedoeld om te laten zien hoe rijk je bent; kijk, ik kan een zilveren handwarmer betalen.’

Deze lezing zoomt in op de ongeveer 250 fragmenten textiel die in het wrak zijn gevonden. Van Bommel laat een plaatje zien. ‘Dit is een lijfje, dat is de bovenkant van een jurk,’ vertelt hij, terwijl hij ook daar een afbeelding van laat zien: op een klassiek schilderij staan een paar meisjes en een volwassen vrouw, allemaal met een heel chique jurk met strak lijfje aan.

‘Waarom is dit lijfje nou zo’n belangrijk stuk textiel,’ vraagt de conserveringswetenschapper. Om te leren over vroeger,’ denkt iemand. ’Om te zien hoe groot de mensen toen waren,’ oppert iemand anders. Ze denken in de goede richting, maar: ‘Veel daarvan kunnen we ook op schilderijen zien. Op een schilderij kun je niet zien hóe het is gemaakt,’ zegt Van Bommel. ‘Deze schat is bijzonder, omdat er niet zoveel lijfjes meer zijn. Stof gaat niet zo lang mee. Uiteindelijk is het zó kapot gedragen, dat het wordt weggegooid. Veel kleding wordt nu gerecycled. Dat gebeurde vroeger ook. Dan werden oude lijfjes aangepast aan de nieuwste mode. En soms waren ze zo oud en versleten, dat de stof helemaal uit elkaar werd gehaald.’

De wetenschapper laat een andere foto zien, van een rijk bewerkte tas, etui en kam. Het lijkt op een luizenkam en daarom wordt het ook zo genoemd. ‘Het zou best zo kunnen zijn, maar dat weten we niet zeker,’ zegt hij. ‘Vroeger hadden ze wel veel meer last van luizen dan wij nu.’ In het textiel van de tas en het etui zit zilverdraad verwerkt. ‘Het zag er behoorlijk bling-bling uit.’

In het wrak is ook een tapijt gevonden. Er staat een leeuw op afgebeeld. Dat laat volgens de conserveringswetenschapper zien dat het tapijt uit het Verre Oosten komt. ‘We denken dat het afkomstig is uit Perzië.’ En iemand in de westerse wereld wilde dat heel graag hebben. Ook haalden de duikers een groot, cirkelvormig textielfragment uit het wrak. Wat het precies is geweest, is lastig vast te stellen. Het garen, waarmee de zijden stof aan elkaar was genaaid, is namelijk vergaan. Na enig puzzelen denkt het team van conservators dat het vroeger een halflange cape is geweest.

DD463293.jpg

De schat

En dan is het tijd voor dé schat. De belangrijkste vondst uit het wrak, een complete jurk, is te zien op het scherm achter Van Bommel. ‘Deze jurk is veel in het nieuws geweest,’ vertelt hij enthousiast. ‘Dit is de enige jurk uit de zeventiende eeuw die nog helemaal intact is. Er is in de afgelopen vierhonderd jaar niets aan veranderd.’ De schat ziet er nogal gehavend uit: er zitten vlekken op, de kleur is flets en er zitten hier en daar gaten in. Daarom laat Van Bommel een reconstructie van de jurk zien. En die is prachtig! Een fleurige jurk met een smalle taille, wijd uitlopende rok en mooi versierde overmouwen. ‘Dat was toen echt mode.’

We weten nu dat het gaat om een heel bijzondere schat. Er zijn veel specialisten betrokken bij het onderzoek naar deze vondst. Naast de duikers zijn dat restauratoren, materiaalonderzoekers, textielonderzoekers, archeologen en historici. Gezamenlijk werken ze aan een aantal verschillende vragen, zoals hoe de stof er toen uitzag. ‘De belangrijkste vraag is misschien wel: hoe kunnen we de schat het best bewaren? En: hoe kunnen we het tentoon stellen?’

De onderzoekers hebben al ontdekt dat het textiel voor het grootste deel uit zijde bestaat, afkomstig van de coconnetjes van de zijderups. Het is een heel zachte stof, die snel kan breken. En ook is gebleken dat de kleuren nu heel anders zijn dan toen. Van Bommel: ‘Kleuren veranderen in de loop van de tijd, maar daar gaan we het later over hebben. Nu zou ik van jullie willen weten: hoe bewaar je nou zo’n jurk?’

De grond in

Het is even stil in de zaal. Dan schieten de vingers de lucht in. ‘In de grond bewaren in een kistje,’ oppert een meisje. En dat is geen gek idee: het is al vierhonderd jaar goed gegaan en dat zou je weer kunnen doen. Er kleeft alleen wel een nadeel aan: ‘Dan kunnen we het niet onderzoeken en niet bekijken. Dus in dit geval willen we het niet begraven.’ Een ander meisje komt met het idee om de schat te bewaren in een museum. En dat is precies wat de onderzoekers graag willen, maar dan kan er veel aan de jurk kapot gaan.  Dus hoe kun je dat dan op een goede manier doen?

Iemand komt met een spannend idee: ‘Misschien geen lucht erbij?’ Dat zie je ook in de winkel, bijvoorbeeld bij zakjes sla. ‘Daar zit geen zuurstof, maar stikstof in,’ vertelt Van Bommel. ‘Als je zuurstof uit de lucht haalt, gaat een stof minder snel achteruit.’ De wetenschappers willen de jurk in een grote glazen kist luchtdicht bewaren, maar of dat lukt wordt nog onderzocht.

Een koelkast in het museum?

‘Je kunt er een foto van maken en dat laten zien,’ zegt een meisje. Een jongen roept: ‘Je kunt er spul op smeren waardoor het langer goed blijft.’ En daar hebben de onderzoekers ook aan gedacht, maar als blijkt dat het spul niet goed is, krijg je het er niet meer af zonder de stof te beschadigen. ‘Je kunt het heel koud maken,’ stelt iemand anders voor. Van Bommel vindt dat een goed idee: ‘Dat doen we ook met eten, dat is langer te bewaren in de koelkast. Alles dat reageert, reageert sneller bij hoge temperaturen. Dus misschien moeten we de jurk inderdaad koel bewaren.’

De kinderen denken goed mee en komen met slimme oplossingen. Dan zegt Van Bommel nóg iets om rekening mee te houden: licht. ‘Kleuren veranderen door licht. Maar wat kun je daaraan doen? We willen het wel kunnen zien. Misschien met zacht licht. Of een vitrine met een lichtknopje, zodat je het steeds eventjes kunt bekijken.’ Een ander punt dat ook nog niet ter sprake is gekomen, is vocht. De schat heeft eeuwen in het water gelegen, maar wanneer het nu in aanraking komt met vocht, gaat het stuk. ‘Vocht zit in de lucht en dat is voor het textiel niet goed,’ legt Van Bommel uit. ‘Het mag niet te droog zijn en ook niet te vochtig, dat wordt nu onderzocht.’

DD498039.jpg

Groen rodekool-sap?!

‘Weet je wat ook schadelijk is?’ vervolgt hij, ‘zuur.’ En dan bedoelt de wetenschapper niet het zure sap van een citroen, maar het zuur dat in de lucht om ons heen zit. Daar merken wij niets van, maar het is overal. ‘Dat zuur komt vooral uit hout en dat maakt textiel kapot. Het zorgt ook voor kleurverandering.’ Uit het publiek haalt Van Bommel twee vrijwilligers. Op een van de tafels staan twee glazen kannen met paars sap, van rodekool. Nu mogen de assistenten in de ene kan een zure vloeistof toevoegen, van azijn. En in de andere kan wordt een basische vloeistof gedaan. Basisch is het tegenovergestelde van zuur en zit in bijvoorbeeld zeep en soda. De assistenten voegen het toe en roeren even. ‘Het wordt groen!’ roept de jongen die de base toevoegde. ‘Die van mij wordt rood!’ roept het meisje met de zure oplossing. ‘De ene vloeistof is nu zuur en de andere is basisch,’ licht Van Bommel toe. ‘Dus nu zie je dat zuur ook kleur kan veranderen.’

We weten nu dus dat het zuur uit de lucht schadelijk is voor de gevonden schat. Net als vocht, licht, warmte en zuurstof. Dus wat gaat er nu met het textiel gebeuren om het goed te bewaren? ‘We gaan het allemaal proberen doen,’ zegt Van Bommel. ‘We gaan het koel bewaren met weinig licht, geen zuur, niet teveel vocht een geen zuurstof, hoewel we dat laatste nog onderzoeken.’

En wat gebeurt er verder met de opgedoken stoffen? ‘We doen materiaalonderzoek. Dan gaan we kijken wat er allemaal in het textiel zit.’ Met speciale apparaten wordt de stof grondig bekeken. Zo kun je met heel goede microscopen zien hoe de stof is opgebouwd. Van Bommel laat foto’s zien van sterk uitvergrote stukjes stof uit het wrak. En dan zien de kinderen verschillende draadjes. Zilver en rood textiel. En er zit ook iets bruins tussen. ‘Dat is goedkopere stof,’ weet Van Bommel. ‘Deze dure textiel is dus niet volledig gemaakt van zijde geverfd met dure kleurstoffen.’

Als je de stof bekijkt met een chromatograaf, kun je bovendien bepalen welke kleur de stof oorspronkelijk had. ‘Daarmee bekijk je dus de kleursamenstelling.’ Om dat uit te leggen, krijgen alle kinderen een twee papiertjes, een stokje en een bekertje met een laagje water. Op het ene stukje papier staat een groene stip, op het andere een bruine. Ze hangen de papiertjes met de onderkant in het water, de stippen lopen uit en wat zien ze? ‘Het groen wordt blauw!’ ‘Het bruin wordt oranje. En blauw!’ Van Bommel legt uit wat er gebeurt: ‘Het water wordt door het papiertje omhoog gezogen en neemt de kleurstof mee. De ene kleurstof plakt wat meer aan het papier, het andere lost juist weer beter op in het water, waardoor de verschillende kleurstoffen zichtbaar worden.’

‘Waarom zie je in allebei de stippen blauw,’ wil een meisje weten. ‘Ze hebben meerdere kleuren gemengd om een mooie kleur te krijgen. Wij hebben ze nu ontmengd, dan zie je ze allemaal.’  Chromatografie werkt net zo, er wordt dan gekeken welke kleuren zijn gebruikt. Van alle stukjes textiel zijn monsters genomen die worden onderzocht.

Kleurstoffen

Van Bommel pakt een roze koek. ‘De roze kleur komt van gemalen luizen die in Mexico op cactussen leven,’ vertelt hij. De kinderen gruwelen even. ‘Deze kleurstof is gevonden in het textiel van de schat.’ En wat de chromatograaf ook vond, is meekrap. Als je deze plantenwortel vermaalt, krijg je een oranjerode kleur. En ook is tannine gevonden. ‘Dat komt uit gal-appeltjes. Als je dat fijnmaalt en mengt met ijzer, krijg je zwart.’ De stof bevat ook indigo, dat is de blauwe kleur die wordt gebruikt om spijkerbroeken te verven. We weten dus dat in het textiel verschillende kleuren zijn verwerkt, zoals rood, oranje, blauw en zwart

Tentoonstellen

Het is de bedoeling dat de gevonden schat tentoon gesteld wordt, zodat heel veel mensen het kunnen bekijken. Maar hoe? Op een paspop of liggend in een kist? De meningen in de zaal verschillen. ‘Misschien kunnen we de jurk namaken en die tentoonstellen op een paspop,’ zegt Van Bommel. De echte jurk wordt dan tentoongesteld in een glazen kist, omdat de stof te zwaar en te breekbaar is om te hangen. ‘Je kunt de jurk ook digitaal namaken, inscannen en dan van alle kanten op een computerscherm laten zien,’ oppert iemand anders.

 En dan nog iets: ‘De jurk is door de eeuwen heen helemaal anders van kleur geworden,’ zegt Van Bommel. ‘En het heeft hele rare vlekken. Moeten we het opnieuw verven?’ De kinderen schrikken: ‘Nee!’ klinkt het. ‘En schoonmaken dan?’ ‘Ik denk niet dat hij dat overleefd,’ zegt iemand. Van Bommel: ‘Dat denk ik ook. Dus we houden ‘m zo.’