Kinderlezingen

Heb ik een goed ritmegevoel?

‘Heb ik een goed ritmegevoel?’ over deze vraag gaat de NEMO kinderlezing van 13 februari 2022, gegeven door Fleur Bouwer. Zij is muzikant en psycholoog. Aan de Universiteit van Amsterdam onderzoekt ze de psychologie van muziek.

“We doen de Pasapas, met de hele klas”, klinkt het nummer van Kinderen voor Kinderen bij aanvang van de NEMO kinderlezing. Als vanzelf beginnen de kinderen mee te bewegen op het ritme. “We doen de Pasapas, pas voor pas”.

“Welkom allemaal, leuk dat jullie er zijn”, zegt Fleur Bouwer vanaf het podium in de zaal. “In deze NEMO kinderlezing leg ik jullie uit waarom jullie zóveel muzikaler zijn dan je misschien denkt!” Ze vertelt dat ze is opgeleid als klarinettist en als psycholoog en dat ze deze twee interesses nu combineert in haar onderzoek. “Ik probeer erachter te komen wat het ritme van muziek doet in de hersens.”

Kinderlezing in NEMO - Foto DigiDaan.jpg

Ritme

“Kunnen jullie mij vertellen wat ritme is?”, vraagt ze aan de kinderen. Eentje antwoordt: “Van ritme krijg je zin om te dansen.” Een tweede zegt: “Het is de basis van een liedje.” Fleur is onder de indruk van de antwoorden. “Ritme is onderdeel van de muziek. Het is een patroon van dingen in de tijd. Maar muziek is niet het enige dat ritme heeft. Je hartslag heeft een ritme, net als de manier waarop je loopt, het knipperen van je ogen, het tikken van een klok en het geluid van krekels.”

Fleur laat een paar voorbeelden horen van muziek met verschillende ritmes. De kinderen klappen op het ritme mee en merken dat ze bij het ene nummer sneller klappen dan bij het andere nummer. “In Westerse muziek is het vaak makkelijk om mee te klappen op de maat”, legt ze uit. “Maar in Indiase muziek is het ritme voor ons soms veel moeilijker om te begrijpen, omdat er niet zo’n regelmatige maat in zit.” Ze zet een Indiaas nummer op waarin voor de kinderen in de zaal geen regelmaat te ontdekken valt. “Dit is wel even iets anders he? Deze muziek toont aan dat ritme dus niet altijd regelmatig is, al kan een goed getrainde Indiase musicus er misschien wel regelmaat in ontdekken!”

kaketoe Snowball.jpg

Maatgevoel

Dan test Fleur hoe het zit met het maatgevoel van haar jonge publiek. Ze laat een paar muzieknummers horen met piepjes eroverheen. “Vallen die piepjes op de maat of net niet?” vraagt ze. De meeste kinderen horen feilloos aan wanneer de piepjes samengaan met de maat of niet. “Iedereen ontwikkelt maatgevoel, daar heb je geen muziekles voor nodig”, zegt ze. “Mensen zonder maatgevoel zijn enorm zeldzaam. Collega’s van mij hebben vier jaar lang gezocht naar mensen zonder maatgevoel en ze hebben er slechts drie gevonden.”

Maar het feit dát mensen maatgevoel hebben, is wel heel bijzonder, vervolgt Fleur. “Er zijn bijna geen diersoorten die ook maatgevoel hebben.” Ze laat een filmpje zien van een witte kaketoe die samen met zijn eigenaar meebeweegt op de muziek. “Dit is Snowball. Hij is een beroemdheid in de muziek- en ritmewetenschap. Een van de weinig beesten met maatgevoel.”

Een meisje vraagt of de kaketoe niet gewoon zijn baasje nadoet. “Goede vraag”, zegt Fleur. “Om dat te testen hebben wetenschappers Snowball mee naar een laboratorium genomen, waarbij zijn baasje niet mee mocht bewegen. Daar hebben ze getest hoe Snowball reageert wanneer muziek een langzamer of sneller tempo heeft. Het dier bewoog steeds netjes mee in de maat. Hij heeft dus echt maatgevoel.”

Fleur vertelt dat ze collega’s in Mexico en Japan heeft die apen zover proberen te krijgen om mee te tikken met een metronoom. “Bij makaken is dat in eerste instantie niet gelukt en bij één chimpansee lukte het een klein beetje”, zegt ze. “Later bleek dat de makaken alleen mee tikten wanneer de onderzoekers ze na elke tik iets lekkers gaven. Misschien is dat dus het grootste verschil tussen mensen en dieren: mensen vinden het leuk om met muziek mee te bewegen, terwijl veel dieren er geen interesse in hebben.”

Hersens

Wat gebeurt er in de hersens van mensen en dieren wanneer zij geluid horen? Fleur laat een doorsnede van een hoofd zien. “Als je wilt kunnen praten, moeten de hersengebieden voor geluid en voor beweging goed met elkaar kunnen communiceren. Want wanneer je praat beweeg je je mond. Papegaaien en mensen kunnen praten, dus bij hen is die verbinding tussen deze twee hersengebieden sterk. De theorie is dat daarom papegaaien -net als mensen- van ritme houden. Apen kunnen niet praten en houden daarom misschien ook niet van ritme.”

metronoom.jpg

Maar wat doet muziek dan in het brein? “Hersencellen praten met elkaar via regelmatige signaaltjes”, zegt Fleur. “Cellen kunnen het ritme waarin die signaaltjes worden doorgegeven aanpassen.” Om dit te illustreren laat ze twee metronomen zien, dat zijn apparaten met een tikkende wijzer die de maat aangeeft. Ze laat beide metronomen in een ander ritme tikken. Als Fleur de metronomen op een plankje op rollende blikjes zet beginnen de apparaten toch in hetzelfde ritme te tikken. Vervolgens laat Fleur een filmpje zien waarin maar liefst 32 metronomen hun ritmes aan elkaar aanpassen. “Wij denken dat de hersens zich ook zo gedragen als iemand naar muziek luistert. De regelmaat in muziek beïnvloedt het ritme van de hersensignalen. De signalen passen zich aan het ritme van de muziek aan.”

Mooie muziek of niet

“Van wat voor soort muziek houden jullie?” vraagt Fleur. Het ene kind houdt van rap, een ander van Amerikaanse hiphop, drill, gospel, rock of reggae. “Als je muziek luistert word je vaak blij. Dat komt doordat je brein dan een stofje aanmaakt, dopamine. Dit stofje maak je ook aan als je veel geld krijgt van iemand, of chocoladetaart eet.”

Fleur laat de kinderen twee nummers horen: Savage Love van Jason Derulo en een pianostuk van de componist Alban Berg. De meeste kinderen vonden het eerste nummer het leukste. Slechts twee kinderen steken hun hand op bij het nummer van Berg. “Niet iedereen vindt alle muziek even mooi. Dit heeft onder andere te maken met de voorspelbaarheid van het ritme”, legt ze uit. “Je vindt muziek vaak mooi als het een beetje voorspelbaar is, gecombineerd met iets verrassends. Muziek die totaal voorspelbaar is, vind je meestal saai. En muziek die onvoorspelbaar is, zoals de muziek van Alban Berg, vinden mensen vaak niet zo mooi, vooral als ze het nog niet zo goed kennen.”

Fleur vraagt de kinderen om op te staan. “Ik heb drie nummers. Dans maar mee als je zin hebt.” Als eerste zet ze Juf Roos op, met haar liedje Wielen van de bus. De kinderen blijven stokstijf staan. Híer willen ze niet op dansen. “Ik snap dat wel, de muziek van Juf Roos is verschrikkelijk voorspelbaar!”, zegt Fleur. Vervolgens zet ze filmmuziek van Pirates of the Caribbean op. Sommige kinderen kijken boos, anderen bewegen een klein beetje mee. En als laatste zet ze Happy van Pharell Williams op. Iedereen swingt mee. “Het is mij wel duidelijk”, zegt Fleur, “Happy heeft groove, dat is het aangename verlangen om te bewegen op muziek. Het nummer is een beetje voorspelbaar en toch ook verrassend.”

Samen bewegen

Als laatste vertelt Fleur de kinderen dat je van dansen niet alleen vrolijk en blij wordt. “Het is sociaal gezien ook nuttig”, zegt ze. “Uit onderzoek blijkt dat als je samen beweegt, je elkaar namelijk wat aardiger gaat vinden.” Ze laat een filmpje zien dat is opgenomen tijdens de eerste lockdown van de coronapandemie. Je ziet een binnentuin waarbij mensen samen muziek maken, elk vanaf zijn eigen balkon. “Dat is de grote rol die muziek speelt tussen mensen. Op afstand kunnen zij elkaar zo toch aardiger gaan vinden.”

Ze sluit daarom haar lezing weer af met het Kinderen voor Kinderen-nummer van het begin. “Kennen jullie de Pasapas? Dans maar mee, dan gaan we daarna kijken of we elkaar wat aardiger vinden!” De muziek gaat aan, de lichten in de zaal worden gedimd, Fleur begint te dansen en de kinderen en hun ouders dansen mee.