Kinderlezingen

Waarom groeien er boven op de berg geen bomen?

Gewapend met microscopen, fossiele plantenresten én chocoladerepen gaat geoloog Carina Hoorn (UvA) samen met het publiek op zoek naar het antwoord tijdens de kinderlezing in NEMO Science Museum.

DD463343.jpg

Nederland is behoorlijk plat, echte bergen hebben we niet. Dus eerst maar eens inventariseren wat de kinderen in het publiek al weten over bergen. 'Wij gingen op skivakantie, bovenop de berg lag sneeuw', weet een meisje. 'Beneden waren bomen, maar bovenop groeide niks, er lagen alleen stenen', weet een ander. 'Ik was bij een berg waar wel bomen groeiden', zegt een derde. En ze hebben allemaal gelijk. Carina Hoorn van de Universiteit van Amsterdam legt uit dat alleen boven op heel hoge bergen geen bomen groeien. Ze heeft foto's meegenomen van verschillende bergen. Meteen is duidelijk hoe verschillend de bergen er uit kunnen zien. Sommigen zijn heel steil met sneeuw op de top, anderen heel plat en weer anderen juist puntig.

Chocoladeberg

Maar waar komen die bergen nu vandaan? 'Ze ontstaan doordat de platen in beweging zijn!' weet een jongetje. En dat klopt. Hoorn laat een afbeelding zien van hoe de wereldkaart er 100 miljoen jaar geleden uitzag. De continenten waren totaal anders over de aarde verdeeld. De buitenkant van de aarde, de korst, bestaat uit verschillende platen die in beweging zijn. Op sommige plekken schuiven ze langs elkaar. Op andere plekken -zoals bij de Himalaya- is er een frontale botsing. En dat gaan we naspelen, tijd voor het eerste experiment, en wel een heel lekkere! Hoorn heeft twee repen, een snicker en een mars, in haar hand.

Ze legt de repen, de aardplaten, op tafel en houdt ze een stukje uit elkaar. Een jongetje weet te vertellen dat ze echt heel langzaam naar elkaar toe bewegen, maar een paar centimeter per jaar. Hoorn voegt toe dat ze inderdaad ongeveer met dezelfde snelheid bewegen als waarmee je nagels groeien. Maar nu hebben we geen tijd om jaren te wachten tot de botsing plaatsvindt. We tellen af: 3, 2, 1: botsing! Hoorn duwt de repen hard tegen elkaar. De een schuift over de ander heen en er ontstaat een lekkere chocoladeberg. Wanneer je de berg doorsnijdt zie je dat hij uit twee lagen bestaat. De kinderen mogen van dichtbij kijken, best moeilijk om er niet stiekem even van te snoepen!

Waarom ziet de ene berg er nu plat uit, en de andere berg puntig? Hoorn legt uit dat de platen soms ophouden met tegen elkaar opbotsen. De berg wordt dan niet groter. Weer en wind zorgen er vervolgens voor dat de berg langzaam afkalft. Welk van de plaatjes die Hoorn laat zien is een oude en welke een jonge berg? 'De puntige is jong en de platte is oud!' weet een van de kinderen. 'Ha, heel goed! Een echte minigeoloog!' lacht Hoorn.

DD463293.jpg

Sneeuw op de top

We weten nu hoe bergen ontstaan en hoe ze verdwijnen. Maar hoe ziet het er uit op zo'n berg, waarom ligt er vaak sneeuw op de top? Je zou toch denken dat je dichter bij de zon bent, waarom is het dan niet juist warmer? De kinderen in het publiek vinden het een moeilijke vraag, en dat is het ook. Hoorn legt het uit. De zon schijnt op de aarde. Lucht zelf neemt niet zo goed warmte op. Maar het aardoppervlak kan het zonlicht wel goed opnemen en wordt warm. Hoe dichter bij de aarde -hoe lager bij de grond- je bent, hoe warmer het is. En er speelt nog iets mee: dicht bij de aarde is de luchtdruk hoger, de lucht is meer samengeperst. Bovenop de berg is de lucht een stuk ijler, de warmte raakt helemaal verdund, en dus is het er kouder.

En er is nog iets aan de hand met de berg. Hij vormt een obstakel. Vochtige lucht uit het dal botst er tegenaan, de lucht wordt gedwongen omhoog te gaan, en koelt daarbij af. Er ontstaan wolken en uit die wolken valt regen. Zo heeft elk plekje op de berg zijn eigen klimaat. En dat heeft invloed op de planten en dieren die er voorkomen. De ene soort houdt van warm, de ander van koud, de een van droog, de ander van nat. Dat er dit soort klimaatzones bestaan is nog niet heel lang bekend. Het is voor het eerst bedacht door ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt, hij werd 250 jaar geleden geboren. Terwijl hij een berg in de Andes beklom, kwam hij er achter dat er verschillende lagen bestaan: de laag tot 1000 meter, daar groeien de tropische woudreuzen. Dit zijn planten met grote bladeren, grote bomen, bijvoorbeeld palmen. Wat hoger op de berg is een zone met heel nat bos, het nevelwoud. Hier is het heel vochtig en wat koeler. Daarboven komen de soorten die aangepast zijn aan de koude. Op ongeveer 3500 meter is de boomgrens. Daarboven groeien alleen nog wat gras, mossen en kruiden. Boven de 5000 meter is de sneeuwgrens, daarboven ligt altijd sneeuw.

Paradijsje

Tijd voor een spelletje. De tribune waar de kinderen op zitten is de berg: een paradijsje waar het nog leeg is. Maar dan komen de planten de berg koloniseren. Ieder op zijn eigen plek. De kinderen krijgen allemaal een gekleurd ooglapje: rood voor de palmbomen, groen voor de loofbomen, blauw voor de naaldbomen en oranje voor de mossen. Nu moet iedereen zijn plekje op de berg zoeken. De kinderen klimmen of dalen, sommigen blijven zitten. Na een paar minuten heeft iedereen zijn plekje gevonden: onderin de palmen, daarboven loofbomen, dan naaldbomen en helemaal bovenin zitten de mossen.

Waarom kan de ene plant wel boven op de berg groeien en de ander niet? Het heeft vooral met de temperatuur te maken. Ligt de temperatuur gemiddeld onder de 6 graden, dan vinden bomen het te koud. Dat er bij ons in Nederland toch bomen groeien hoewel het wel eens vriest, komt omdat de vorstperiode nooit heel lang duurt.

Flexibele takken

En hoe zit het met het verschil tussen loof- en naaldbomen? 'De loofbomen laten in de winter hun blaadjes los, maar de naaldbomen blijven groen', weet een jongen. Er is nog een verschil, zien we op de foto's die Hoorn meebracht. 'De naaldboom is veel puntiger' ziet een meisje. Inderdaad, dankzij deze vorm kan de boom zoveel mogelijk zonlicht vangen. En dankzij de flexibele takken kan er een dik pak sneeuw op de naaldboom liggen, zonder dat de takken doorbreken. Maar het opvallendste verschil is misschien nog wel de blaadjes. Die van de naaldboom zijn heel klein en stekelig. Hoorn heeft een aantal soorten bladeren meegebracht zodat de kinderen de verschillen kunnen voelen. Op de naaldjes van de kerstboom zit een soort waslaagje om ze te beschermen.

Bijna helemaal boven op de berg groeien nog wel wat planten, wat kruiden en mos. Meestal groeien ze in heel mooie bolvormige structuren. Dat is slim van de plant, zo maakt hij optimaal gebruik van de schaarse warmte.

Kinderlezing in NEMO - Foto DigiDaan.jpg

Klimaatverandering

Nu is het weer tijd voor een spelletje. Iedereen in de zaal heeft wel gehoord van klimaatverandering. Wat gebeurt er met de planten op de berg als het een paar graden warmer wordt? Dit is een van de dingen die Hoorn onderzoekt. Door naar gefossiliseerde resten van planten te kijken, kan ze ontdekken wat het effect is van klimaat- en milieuveranderingen op de plantensamenstelling. Het blijkt dat als de temperatuur verandert de planten en bomen hun plekje op de berg verliezen. Als het warmer wordt, zoeken alle planten een plekje hoger op de berg.

Dat gaan we uitproberen op onze tribuneberg. De kinderen snappen heel goed wat ze moeten doen. Iedereen klimt een treetje omhoog. Maar wat gebeurt er met de mossen helemaal boven op de berg? 'Ik heb geen plek meer!' jammert een meisje. En dat is precies wat er gebeurt. 'Jullie worden verdrongen, jullie zijn uitgestorven', zegt Hoorn. En het gebeurt niet alleen op de tribuneberg in NEMO, het gebeurt ook in het echt. 'Op de berg waar Von Humboldt onderzoek deed, zien we dat de afgelopen 200 jaar de zones iets omhoog zijn geschoven en er zelfs al een paar soorten verdwenen zijn', zegt Hoorn.

Een treurige boodschap om de lezing mee te eindigen. Gelukkig staat er nog één ding op het programma: het is tijd voor de fossielen! Het zijn piepkleine fossieltjes, versteende restjes van korreltjes stuifmeel: palmen, naaldbomen en loofbomen, zo klein dat je een microscoop nodig hebt om ze te bekijken. En dat gaan we doen, de kinderen rennen enthousiast naar voren om door de microscopen te kijken. Hoorn kijkt trots, inderdaad een zaal vol mini-geologen!

Of de mini-geologen net zo geïnteresseerd zijn in biologie als in geologie zal tijdens de volgende kinderlezing blijken, dan vertelt medisch bioloog Renée van Amerongen over ouder worden en of we er iets aan kunnen veranderen.