Mmm, spruitjes

40 minuten

Bah, alweer spruitjes. Als je iets niet lust is het lastig om je bord leeg te eten. Je kunt de spruitjes natuurlijk aan de hond voeren of ze stiekem op een ander bord leggen. Maar misschien werkt het ook om tijdens het eten je neus dicht te houden?

Wat heb je nodig?

Aan de slag

Stap 1

Voorbereiding
De proefpersoon mag van te voren niet weten wat hij of zij gaat proeven. Snijd van de vaste voedingsmiddelen een klein stukje af en leg het klaar op een bordje. Doe van de vloeibare voedingsmiddelen een klein laagje in een glas.

Denk bij voedingsmiddelen aan: gekookt spruitje, vanillesuiker, suiker, appel, drop, zuur snoepje, jam, nootmuskaat, kaneel, citroen, appelsap, cola, sinas, verschillende theesmaken.

Let op
Vraag van tevoren altijd of de proefpersoon alles mag eten in verband met allergie of geloof.

Stap 2

Proeven

  1. Bind de proefpersoon een blinddoek om en laat hem of haar de neus dichthouden. 
  2. Pak het bord met voedingsmiddelen en/of de drankjes.
  3. Leg een klein beetje van een van de voedingsmiddelen op de tong van de proefpersoon. (Gebruik voor de vloeibare voedingsmiddelen een rietje.)
  4. Kan de proefpersoon raden wat hij of zij proeft? Verklap nog niet of het klopt.
  5. Nu mag de proefpersoon zijn neus loslaten en nog een keer raden. Klopt het nu?
  6. Laat de proefpersoon met een beetje water zijn mond spoelen.

Herhaal stap 1 t/m 6 voor alle voedingsmiddelen.

Stap

Wat weet je nu?

Waarschijnlijk kon de proefpersoon meer voedingsmiddelen raden met de neus open dan met de neus dicht. Met je tong kun je vijf smaken waarnemen; bitter, zout, zuur, zoet en umami (een hartige smaak). Maar er zijn nog veel meer en subtielere smaken, deze kun je met je neus waarnemen, het zijn er meer dan honderd. Helemaal boven in je neusholte zit het reukzintuig. Dit is een zintuig die geurdeeltjes opvangt en analyseert. Via je zenuwen gaat er dan een signaal naar de hersenen, de hersenen kunnen de geur herkennen. Je neus bepaalt dus voor een groot deel wat je proeft.

Extra
Doe de proefpersoon de blinddoek om. Houd een stuk ui voor de neus en laat hem of haar er goed aan ruiken. Laat de proefpersoon vervolgens een stukje chocolade eten. Wat proeft de proefpersoon?