Onder je voeten
In de bodem leven bacteriën, schimmels, wormen en insecten. In één handvol tuingrond kunnen miljoenen micro-organismen aanwezig zijn.

In de bodem leven bacteriën, schimmels, wormen en insecten. In één handvol tuingrond kunnen miljoenen micro-organismen aanwezig zijn.

Dode bladeren, wortels en insecten die op de bodem terecht komen worden niet vanzelf afgebroken. Bacteriën en schimmels breken deze natuurlijke materialen af. Daarbij worden voedingsstoffen zoals stikstof en fosfaat weer beschikbaar voor planten. Deze cyclus van afbraak zorgt ervoor dat de bodem niet uitput.
Regenwormen eten natuurlijk materiaal en mengen het met de aarde. Tijdens het graven maken ze gangen die zorgen voor lucht, zodat zuurstof en water makkelijker door de aarde bewegen. Planten gebruiken die gangen voor hun wortels.

Veel planten leven samen met schimmels. Schimmeldraden bij de plantenwortels helpen met het opnemen van voedingsstoffen uit de grond. In ruil daarvoor krijgen ze suikers van de plant. Deze samenwerking is wijdverspreid in tuinen en parken.

Schimmeldraden kunnen meerdere planten met elkaar verbinden. Via deze netwerken kunnen voedingsstoffen en signaalstoffen worden uitgewisseld. De bodem vormt zo een enorm ondergronds netwerk.
De bodem vormt een verzameling van organismen die allemaal samenwerken. De variatie van soorten bepaalt hoe goed processen verlopen, én hoe stabiel planten vervolgens kunnen groeien.
Wat onder de grond aan soorten aanwezig is, vormt de basis van alles wat je boven de grond ziet.

Bekijk het volgende verhaal