Zoektocht
Op warme voorjaarsdagen zie je soms kleine bijen of wespen laag over de grond vliegen. Ze landen, verdwijnen even in een gaatje, en komen daarna weer tevoorschijn. Dat is vaak een nest in ontwikkeling.

Zodra de temperatuur in het voorjaar boven zo’n 15 °C komt, worden veel dieren actief genoeg om te broeden en nesten te bouwen.
Insecten moeten warm genoeg zijn om te vliegen. Als het warm genoeg is, kunnen veel soorten actief worden én starten met het bouwen van nesten.
Op warme voorjaarsdagen zie je soms kleine bijen of wespen laag over de grond vliegen. Ze landen, verdwijnen even in een gaatje, en komen daarna weer tevoorschijn. Dat is vaak een nest in ontwikkeling.

Veel soorten insecten graven hun nest in de bodem. Een open strook zand langs een pad kan meerdere nesten bevatten. Je herkent ze aan kleine hoopjes zand.

Sommige vogels gebruiken richels of dakranden van gebouwen. De stad biedt veel structuren op en aan gebouwen. Een klein hoekje kan al groot genoeg zijn voor een nest.

Merels en andere zangvogels bouwen hun nesten vaak in dichte struiken. Op warme dagen zie je ze af en toe vliegen met nestmateriaal zoals takjes en gras.
Bekijk het volgende verhaal