Verkoelend groen
Op warme dagen kan de stad heet en benauwd aanvoelen. Toch zijn er plekken waar de hitte minder blijft hangen.

Op warme dagen kan de stad heet en benauwd aanvoelen. Toch zijn er plekken waar de hitte minder blijft hangen.

Dat verschil heeft te maken met water.
Warmte is een vorm van energie. Als water verdampt, is die warmte nodig om water van vloeibaar naar gas te laten veranderen. Die warmte wordt daarbij uit de omgeving gehaald. Daardoor koelt de lucht af.
Planten dragen bij aan deze verkoeling. Via kleine openingen in hun bladeren, huidmondjes, geven ze water af aan de lucht.

Het afgeven van water door planten heet verdamping. Zolang planten genoeg vocht hebben, gebruiken ze warmte uit de omgeving om water te verdampen.
Dat helpt de plant koel te blijven, én zorgt tegelijk voor verkoeling van de plek waar de plant groeit.
Verdamping heeft grenzen. Als planten te weinig vocht hebben, sluiten ze hun huidmondjes om uitdroging te voorkomen. Dan verdampt er minder water, en neemt het verkoelende effect af.
Verkoeling door groen is dus niet vanzelfsprekend! Het effect verschilt per moment en per plek. Droogte en hitte bepalen hoe goed verdamping kan werken.

In de stad komen droogte en hitte vaak samen. Stenen op de weg laten regenwater snel wegstromen én houden warmte vast. Daardoor is er minder water beschikbaar om te verdampen, terwijl de temperatuur juist oploopt.
Water verandert steeds van plek. Via neerslag komt het in de bodem terecht. Via verdamping komt het weer in de lucht.
Plekken met veel groen, zoals tuinen en groene daken, houden het water langer vast.

Bekijk het volgende verhaal