Opwarmen
Vliegende insecten zoals vlinders en libellen moeten hun vliegspieren opwarmen voordat ze kunnen vliegen. Daarom zie je ze op koele momenten vaak stil zitten met gespreide vleugels in de zon.

De zon levert stralingsenergie. Wanneer zonlicht op een insect valt, wordt die stralingsenergie gedeeltelijk omgezet in warmte.
Kleine dieren zoals insecten nemen snel warmte op. Hun lichaamstemperatuur volgt grotendeels de omgeving, omdat ze koudbloedig zijn.
Vliegende insecten zoals vlinders en libellen moeten hun vliegspieren opwarmen voordat ze kunnen vliegen. Daarom zie je ze op koele momenten vaak stil zitten met gespreide vleugels in de zon.

Ook kleine zoogdieren zoals muizen of egels profiteren van de zon. Zij verliezen op een koude dag warmte aan de omgeving. De warmte van de zon komt voor hen dus ook goed van pas.

In de lente en de herfst zijn zonnige momenten bepalend. De luchttemperatuur kan laag zijn, maar zonlicht maakt activiteit mogelijk. Een bewolkte dag met dezelfde temperatuur kan daarom stiller zijn.
De gemiddelde temperatuur in Nederland is de afgelopen decennia gestegen. Daardoor start het groeiseizoen gemiddeld eerder en duurt de warme periode langer. Voor veel insecten betekent dat een langere periode waarin ze kunnen vliegen. Je komt ze daardoor eerder in het voorjaar en later in het najaar tegen.

Bekijk het volgende verhaal