Natuur in de lente
Na de winter komt de natuur weer op gang. Planten lopen uit, struiken krijgen knoppen, en het dakplein verandert zichtbaar.

Na de winter komt de natuur weer op gang. Planten lopen uit, struiken krijgen knoppen, en het dakplein verandert zichtbaar.

In de vroege lente reageert de natuur sterk op zonlicht en temperatuur.
De dagen worden langer, en door de zon warmt de bodem op. Dat is voor veel planten het signaal om te groeien. Ook dieren worden actiever. Wat lange tijd weinig zichtbaar was, komt in korte tijd weer op gang.
Groei begint onder de grond. Wortels worden actief en nemen water en voedingsstoffen op uit de aarde. Pas daarna verschijnen nieuwe bladeren en scheuten boven de grond.

Bloemen maken nectar. Nectar is een energierijke suikeroplossing waar sommige insecten van eten. In het vroege voorjaar is nectar schaars, en vooral belangrijk voor soorten die net actief worden.
In de late lente bloeien meer planten, en neemt het aanbod aan nectar toe. Dan wordt het ook drukker: meer insecten zijn tegelijk actief.
Vogels laten zich weer vaker zien en horen. Ze zijn druk bezig met het zoeken van voedsel, onder andere op plekken waar insecten te vinden zijn.

De lente is een kwetsbare periode. Kleine insecten en jonge bladeren van planten zijn gevoelig voor plotselinge veranderingen in het weer. Ook vogels en andere dieren zijn afhankelijk van het weer, bijvoorbeeld bij het zoeken naar voedsel of nestplekken.
Een koude nacht of een droge periode kan grote invloed hebben op de natuur. Wat nu gebeurt, bepaalt mede hoe de zomer eruit ziet.
Bekijk het volgende verhaal